To PhD or not to PhD?

De studenten van de opleiding Farmaceutische Wetenschappen hadden een aantal sprekers uitgenodigd om te komen vertellen over hun carrière. Zij vinden dat er tijdens de opleiding te weinig aandacht is voor beroepsperspectieven. Als opleidingscoördinator en studieadviseur wilde ik graag bij deze sprekersavond zijn.

De bachelorstudenten willen weten of het nuttig is om een mastertitel te gaan halen, maar vooral ook of het daarna wel of niet verstandig is om te gaan promoveren. “Ik heb namelijk gehoord dat een PhD best wel hard werken is”, zei een student. Niet zo aantrekkelijk natuurlijk, hard werken. Eén van de sprekers uit het bedrijfsleven vertelde dat hij 80 uur per week werkte. Op een vraag uit het publiek antwoordde hij: “Als je enthousiast bent over je werk, voelt het niet als moeten. Als ik thuis ben met mijn vrouw en dochter, dan denk ik ook vaak nog over mijn werk na, niet omdat het moet, maar omdat ik ervan houd om nieuwe ideeën te verzinnen.”

Wat is de toegevoegde waarde van een PhD-titel? Dat vind ik een belangrijke vraag. En daarmee samenhangend: Als je geen wetenschappelijke (academische) carrière ambieert, wat is dan het beste moment om de universiteit te verlaten en de wijde wereld in te gaan? Na je master, na je PhD, of eventueel na een postdoc-positie?

pills

Dezelfde spreker was zelf gepromoveerd en had een paar jaar postdoc-ervaring, maar had het gevoel dat dat verspilde tijd was. En hij was van mening dat de universiteiten momenteel veel te veel PhD’s opleiden, die na hun opleiding niet ready zijn voor de arbeidsmarkt. Ik ben het hier niet mee eens. Ik denk dat een PhD-titel de garantie is voor een werkgever dat iemand in staat is hard te werken, vaak tegen de klippen op, en een kritische, creatieve en onderzoekende houding heeft, om maar een paar dingen te noemen. En ik denk ook dat voor bepaalde functies in het bedrijfsleven een PhD-titel vereist is. Of is dat aan het veranderen? Zonder PhD loop je volgens mij vroeg of laat tegen een glazen plafond aan.

Een ander punt dat de studenten terecht aansneden was dat de docenten op de universiteit een eenzijdige blik hebben op loopbanen. Zelf hebben velen het logische rijtje aan opleidingen op de universiteit doorlopen zonder ervaring op te doen daarbuiten. Bij de opleiding Farmaceutische Wetenschappen is het zelfs zo dat veel docenten eigen kweek zijn en nooit in het buitenland of aan een andere universiteit gewerkt hebben. Tijdens mijn studie biologie werd altijd gezegd dat dit een wetenschappelijke doodzonde was, maar het schijnt deze mensen niet te deren, noch hun funding of loopbaan.

Door een andere spreker, die zelf wel in de wetenschap werkzaam is, werd verteld hoe belangrijk het is voor je loopbaan dat je mentoren hebt die zelf bevlogen en enthousiast zijn over wat ze doen. Mensen die de vonk over kunnen laten springen, liefst keer op keer. Enthousiasme is besmettelijk, en onder invloed van een goede mentor kan het ook gebeuren dat werken niet als werken voelt en dat je de kans krijgt boven jezelf uit te stijgen. Maar hoe vind je die goede mentor? Voor een deel is dat afhankelijk van toeval, je moet een beetje geluk hebben. Toch denk ik dat je het toeval een handje kan helpen door van tevoren informatie in te winnen bij studenten of AIOs die vóór jou door een mentor begeleid zijn. Binnen een bedrijf is het natuurlijk niet anders, daar is positieve energie ook belangrijk voor succes.

Dan kan je het belang van een PhD ook nog van de andere kant bekijken: Hoe zouden we nog fundamentele wetenschap kunnen beoefenen op universiteiten, als er geen jonge mensen bereid zouden zijn om voor een (relatief) laag salaris heel hard te werken tijdens de meest creatieve jaren van hun leven? AIOs en postdocs zijn degenen die ervoor zorgen dat er experimenten gedaan worden en data gegenereerd. De budgetten die beschikbaar zijn voor fundamenteel onderzoek vallen in het niet bij de budgetten van de farmaceutische industrie, en het lijdt geen twijfel dat fundamenteel onderzoek essentieel is voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en therapieën. Veel van de studenten Farmaceutische Wetenschappen zijn gelukkig idealistisch ingesteld en willen graag nieuwe medicijnen ontwikkelen, dus ik denk dat een promotie voor heb een goed idee is. Je wordt op de universiteit opgeleid tot onderzoeker, en dan is het goed als je ook een tijdje onderzoek doet voordat je een carrièreswitch maakt.

Daarmee wil ik helemaal niet zeggen dat iedereen die carrière wil maken ook een PhD-titel moet hebben. Als onderzoek je niet kan boeien, of je weet dat je wil werken op een andere plek in een (farmaceutisch) bedrijf, dan kan een mastertitel een goed ticket zijn om binnen te komen bij een bedrijf. Binnen een bedrijf valt ook veel te leren, dat werd wel duidelijk in het verhaal van de derde spreker, die niet gepromoveerd was, maar een interessante loopbaan bij verschillende bedrijven achter de rug had. Bedrijven investeren graag in cursussen en opleidingen voor hun werknemers. En bedrijven nemen graag jonge mensen aan. Een diploma van het HBO is volgens mij daarom ook heel waardevol. Eerlijk gezegd denk ik zelfs dat er teveel mensen op de universiteit terecht komen die eigenlijk niet in de wieg gelegd zijn voor onderzoek en wetenschap. Als het aan mij ligt mag de universiteit wel weer wat exclusiever worden. En een PhD-titel wat meer gewaardeerd.

Advertisements

De toekomst van de postdoc

Laatst stond in Nature een leuk artikel over ‘The future of the postdoc’. Elk jaar verschijnt er wel een keer een artikel in Science of Nature waarin staat hoe lastig het is voor postdocs om door te stromen naar een vaste wetenschappelijke functie. Het is geen nieuw probleem, er zijn gewoon teveel postdocs. Alleen de besten komen in aanmerking voor een vaste aanstelling als (assistant) professor. In Nederland moet je daarvoor een Veni- en/of Vidi-beurs hebben gekregen waarmee je de gelegenheid krijgt om jezelf te bewijzen, maar ook dan is niets zeker, en goede contacten en een portie geluk spelen ook een belangrijke rol bij succes.

DSC06839-B2DSC06839-SIL2

Wanneer is het juiste moment om uit de wetenschap te stappen? De meeste mensen zullen zeggen: Na je promotie. Je hebt dan een paar jaar redelijk zelfstandig onderzoek gedaan, hebt waarschijnlijk harder moeten werken dan je ooit voor mogelijk had gehouden, hebt problemen opgelost, een boek geschreven, studenten begeleid en je hebt je staande gehouden in pittige discussies met een lastige begeleider. Allemaal skills die erg van pas komen in de “echte” wereld. Als je postdoc wordt doe je meer van hetzelfde, al krijg je meer verantwoordelijkheid, en heb je misschien meer vrijheid dan als promovendus.

Sophie uit het artikel zegt dat als je niet 150% zeker weet dat je postdoc wil worden, don’t do it. Zij heeft ongeveer 10 jaar als postdoc gewerkt, en ging daarna werken in de organisatie van de universiteit. Ze vindt dat ze 5 jaar te lang als postdoc is doorgegaan, want op een gegeven moment ontwikkel je je niet meer verder. Het risico dat je een eternal postdoc wordt, dat klinkt mij bekend in de oren. Toch denk ik daar anders over dan Sophie. Ik had 3 jaar als leraar voor de klas gestaan na mijn promotie en besloot dat ik toch echt liever in de wetenschap wilde werken. Ik was vastbesloten en wilde er alles voor doen om mijn kansen in de wetenschap optimaal te benutten. Drie jaar naar Amerika, daarna zes jaar bij het Nederlands Herseninstituut, toch één van de beste plekken voor een neurowetenschapper in Nederland. Veni, vidi, totdat ik het gevoel kreeg dat ik op een doodlopende weg zat. Maar ondertussen heb ik wel 9 jaar ontzettend leuk werk gedaan, waarbij ik toch altijd ook het gevoel had met een hobby bezig te zijn. En ik heb genoten van het voorrecht om dit te kunnen doen. Dus ik had daar echt niet 5 jaar eerder mee willen stoppen.

Wat is de oplossing voor het overschot aan postdocs? Hier gaat het artikel vrij uitgebreid op in. Meer selectie aan de poort, een maximale termijn van 5 jaar, meer vaste aanstellingen creëren voor eternal postdocs, meer salaris, zodat het prima is om niet door te groeien. In Nederland is het met de nieuwe flexwet en de CAO al niet meer mogelijk om langer dan 4 jaar op één plek te werken. Ik denk inderdaad dat dit mensen ontmoedigt om voor een wetenschappelijke carrière te kiezen, maar ik denk niet dat hierdoor de besten overblijven. De mensen die vertrekken nemen een ontzettende schat aan ervaring en kennis mee, en dat is een enorme drain voor de achterblijvers. In het artikel wordt voorspeld dat onderzoeksgroepen er in de toekomst anders uit zullen gaan zien, met meer vaste aanstellingen, waardoor mensen met ervaring onderzoek kunnen blijven doen en studenten begeleiden, en minder tijdelijke krachten, die weliswaar goedkoper zijn, maar ook weer vertrekken. De selectie moet misschien al plaats vinden aan de promotie-poort, al zullen veel professoren niet graag hun goedkope data-verzamelaars opgeven.

Toch is dit denk ik wel de enige oplossing. We krijgen alleen minder postdocs als we minder postdocs opleiden. En dan wordt de postdoc weer een specialist waar echt behoefte aan is, in plaats van een makkelijk inwisselbare werknemer. Dan heeft de postdoc weer toekomst.

Opleidingscoördinator en studieadviseur

Mijn eerste update vanuit mijn nieuwe baan. Nieuws van een ex-wetenschapper.

De afgelopen weken ben ik ingewerkt voor de functie opleidingscoördinator en studieadviseur van de bacherloropleiding Farmaceutische Wetenschappen en de masteropleidingen Chemistry en Drug Discovery & Safety aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Eerst twee dagen in de week, zodat ik nog wat tijd had om te ontwennen op het Nederlands Herseninstituut, en later vier dagen in de week. En deze week doe ik het voor het eerst helemaal zelf.

Heb ik het naar mijn zin? Ja, best wel. Hoe meer ik mijn weg weet te vinden, hoe prettiger het is. Studenten komen met allerlei soorten vragen bij mij binnen lopen, en steeds vaker kan ik ze meteen helpen met een antwoord. Ondertussen ben ik het OER (Onderwijs- en Examenreglement) voor het volgend studiejaar aan het controleren en redigeren. Ik ben de vergadering van de examencommissie aan het voorbereiden, waarin verzoeken van studenten worden behandeld voor vakkenpakketten, vrije minoren, stages in het buitenland etcetera. Ook moet ik dingen regelen voor de nieuwe eerstejaars die in augustus komen.

Het multi-tasken bevalt me wel. Mijn to-do lijstje loopt net zo hard weer vol als ik dingen wegstreep, maar dat houd me alert. De emails stromen binnen met tientallen per dag; het vraagt wel enige handigheid om daarmee om te gaan. Af en toe moet je ze gewoon negeren om je te kunnen concentreren op je werk. Ik merk dat ik een vergadering of meeting dan soms wel een prettige onderbreking vind, terwijl ik eigenlijk helemaal niet van vergaderingen houd. Misschien kan dat veranderen.

Deze week heb ik weer college gevolgd. Omdat ik me wilde voorstellen aan de studenten als hun nieuwe studieadviseur, ben ik bij de eerstejaars en de tweedejaars de collegezaal binnengelopen en heb vervolgens ook de colleges meegemaakt. Ik kon alles goed volgen, terwijl ik vond dat veel studenten maar glazig voor zich uit zaten te staren. Was het te moeilijk? Te saai? Veel participatie is er niet tijdens zo’n hoorcollege. Dat moet toch anders kunnen? Sommige universitair docenten kunnen ook nog wel wat advies gebruiken, denk ik.

Wel heerlijk om weer over onderzoek te kunnen denken. De colleges gingen over GPCRs, aminozuren, mutaties, waterstofbruggen, van der Waalskrachten, antilichamen, polariteit, pH, chromatografie, kristallografie, moleculaire energie, allemaal heel interessant. Het kriebelde wel een beetje om zelf college te willen geven en te vertellen over supervet onderzoek en nieuwe ontdekkingen, maar kijkend naar de passiviteit van de studenten, herinnerde ik me weer waarom het onderwijs me vroeger toch zo tegenviel (ik heb een tijdje als docent op een middelbare school gewerkt).

Leuker is het contact met de studenten die bij mij komen voor een gesprek. Daar heb ik echt contact mee, en ze komen soms bedrukt en moeilijk kijkend binnen, terwijl ze vaak opgelucht en blij weer naar buiten gaan. Dat geeft voldoening. Ook via de email lukt het vaak om studenten echt blij te maken door hun vragen te beantwoorden. En soms zit er dan een email tussen van mijn oude baas. “Zeg, hoe heet ook alweer dat ionkanaal dat we wilden gebruiken om horizontaalcellen te depolariseren?” “Heb je nog een mooi plaatje voor me van een paar bipolaircellen voor in het artikel?” Het is ook prettig om te merken dat ik bij het Nederlands Herseninstituut nog niet gemist kan worden.

retina2zoom63xH3likeperiphery_ProjMax001_ch00invertedretina2zoom63xH3likeperiphery_ProjMax002_ch00inverted

Bipolaircellen in het netvlies, van bovenaf gezien en van de zijkant.

Voorlopig zal ik naast mijn 4 dagen per week op de VU op vrijdag ook nog wel naar mijn oude werk gaan. Ik wil echt heel graag dat artikel nog publiceren. En zo blijft het fijn om zelf ook nog iets aan wetenschap te blijven doen als hobby, al vraag ik me wel af hoe lang ik dat zal blijven volhouden.

Ik merk dat ik mezelf vergelijk met de docenten die ik tegenkom. Veel hebben dezelfde leeftijd als ik, en ze runnen een lab met AIOs en stagestudenten, terwijl ze ook onderwijs geven. Zelf komen ze nauwelijks meer in het lab om onderzoek te doen. Het valt me op dat veel docenten zelf zijn gepromoveerd op de VU en ook daar hebben gepostdoct. Misschien was het dus toch niet zo belangrijk om een paar jaar in Amerika te hebben gewerkt? Of hebben zij het geluk gehad dat ze in een groep zaten waar steeds genoeg onderzoeksgeld was? Er zitten een paar  onderzoekers bij met een hele mooie publicatielijst. Het is lastig om mezelf als elektrofysioloog te vergelijken met deze chemici, maar ik zeg eerlijk dat ik best een beetje jaloers ben om te zien dat zij wetenschapper kunnen zijn, terwijl ik noodgedwongen iets anders ben gaan doen. Maar misschien zal de toekomst wel uitwijzen dat deze switch voor mij toch heel goed is geweest. Misschien doe ik nu wel iets dat zij niet kunnen.

GFP_Cx555 whole mountstackcrop

Horizontaalcellen die green fluorescent protein tot expressie brengen en in rood aangekleurd zijn met een antilichaam tegen een connexine. De connexines vormen de gap junctions tussen de cellen.

Afscheid van de wetenschap

Aanstaande maandag is mijn eerste werkdag van mijn nieuwe baan. Nieuwe mensen, nieuwe klussen, nieuwe uitdagingen. Ik vind het spannend en heb er ook wel zin in. Dit is geen wetenschappelijke baan, maar een regel- en organiseerbaan.

ImageJ=1.46runit=inch

Gelukkig heb ik de afgelopen weken de tijd gehad om mentaal de switch te maken. Ik ging met een ander gevoel naar het Herseninstituut, omdat ik niet hoefde na te denken over een nieuw onderzoeksproject. Ik hoefde alleen maar af te ronden waar ik de afgelopen jaren mee bezig ben geweest. Dat betekent dat ik de laatste twee weken weer als vanouds lange dagen heb gewerkt. Met passie, ik kan niet anders zeggen, en ik heb genoten van het stoeien met data en maken van figuren voor wat mijn laatste artikel moet worden.

Is er een andere tak van sport waar zoveel mensen onbetaald werken als in de wetenschap? Alleen al in onze werkgroep zijn er vier ex-groepsleden die nog steeds in eigen tijd bezig zijn om dingen af te maken. Daar tegenover staan vijf betaalde krachten. Is het omdat wetenschap toch ook een beetje je hobby moet zijn? Een soort roeping? Of is het zo dat de competitie zo groot is dat je je continu moet blijven bewijzen, of je daar nou voor betaald krijgt of niet? In elk geval is er helemaal niemand die er het afgelopen half jaar een opmerking over heeft gemaakt dat ik met een uitkering gewoon bleef werken. Blijkbaar is dat in de wetenschap normaal.

Het voelt een beetje alsof ik nu voor het eerst echt ga werken in een echte baan met uren en werktijden en vakantiedagen en dergelijke. Bij het Herseninstituut werd je vreemd aangekeken als je je vakantiedagen allemaal opnam. Misschien is het bij een universiteit anders en zitten dit soort “overdreven” wetenschappers alleen bij KNAW-instituten, alhoewel ik me herinner dat ik na mijn AIO-schap op de VU ook nog heel veel vakantiedagen overhad.

Klaassen_Lauw_NIN

Om deze reden zal ik het werk in de wetenschap niet gaan missen. Ik hoop dat ik tijd ga overhouden voor mijn hobby’s, en dat ik meer tijd zal hebben voor mijn familie en mijn vrienden. Wat ik wel zal gaan missen zijn de plaatjes van horizontaalcellen in het netvlies, zoals hierbij geplaatst, die direct de uitdaging oproepen om te willen weten hoe die zenuwcellen nu met elkaar communiceren, en met de staafjes en kegeltjes. Ik zal nooit meer met dezelfde ogen de wereld inkijken door alle kennis die ik over zenuwcellen vergaard heb. Maar het is ook wel goed om na 15 jaar onderzoek iets heel anders te gaan doen.

Een nieuwe baan!

Ik heb een nieuwe baan. Met gemengde gevoelens neem ik afscheid van het wetenschappelijk onderzoek. “Je móet het doen,” zei mijn baas. “Je bent niet in de luxe positie dat je kan kiezen. Zeker als dit een baan is met uitzicht op een vaste aanstelling!” Ik weet dat hij gelijk heeft, de kansen op een loopbaan in de wetenschap zijn minimaal onder het huidige gesternte. Zeker voor iemand van (bijna) 45.

succes_nieuwe_baan_001

Vorige week hadden we met alle postdocs van het Nederlands Herseninstituut een bijeenkomst over career development. Het beeld dat daar naar voren kwam voor postdocs was niet zo rooskleurig. Als je kans wil maken op een tenure track positie, dan is de minste eis waaraan je moet voldoen toch wel dat je een VIDI (en VENI) beurs hebt binnengehaald. Dat werd gezegd door een succesvolle wetenschapper. Zonder VIDI ben je kansloos. Een alternatief dat werd aangedragen is het eeuwig postdocschap. Dit kan als je bereid bent te reizen, en als je goed kan omgaan met de onzekerheid van tijdelijke aanstellingen. Vooral in Amerika is het altijd wel mogelijk om aan een postdoc-baan te komen.

Het positieve nieuws van deze bijeenkomst was dat het uiteindelijk iedereen een keer lukt om een baan te vinden buiten de wetenschap. De transferable skills kwamen steeds weer aan bod; dat zijn de algemene vaardigheden die elke gepromoveerde wetenschapper heeft, maar waar hij/zij zich vaak niet bewust van is. Het is belangrijk om deze vaardigheden te benadrukken bij het solliciteren: Organiseren, presenteren, analyseren, schrijven, complexe problemen overzien, creatieve oplossingen verzinnen, les geven, studenten begeleiden, etcetera.

In mijn volgende functie ga ik al deze kwaliteiten benutten. Ik word studieadviseur en coördinator bij de bacheloropleiding farmaceutische wetenschappen en de masteropleiding ‘drug discovery & safety’ op de Vrije Universiteit in Amsterdam. Mijn eerste werkdag is op 15 april, over 2 weken.

Betekent dat het einde van dit blog? Vooralsnog niet, want ik wil graag met u delen hoe mijn eerste schreden buiten het lab eruit zien.

Sollicitatiegesprek: De vragen

Ik ben nu een half jaar werkloos. Dat betekent dat ik volgende maand weer met een nieuw tijdelijk contract bij mijn oude werkgever aan de slag kan. De afgelopen weken heb ik alle papieren in orde gemaakt en mijn handtekening gezet. Maar in mijn hoofd heb ik de omschakeling nog niet gemaakt.

Maandenlang heb ik nagedacht over alternatieven voor een loopbaan als wetenschapper, ik ben enthousiast geworden door verhalen van mensen uit mijn netwerk over hun baan, en ook ben ik gefrustreerd geraakt door afwijzingen op mijn sollicitaties.

jobinterview

Afgelopen maandag had ik voor het eerst een sollicitatiegesprek voor een andere baan, precies een week nadat mijn verlenging geregeld was. Zou het hebben geholpen dat ik een filmpje heb gemaakt waarin ik mezelf voorstel? Of zou het komen doordat de contactpersoon voor deze functie een klasgenoot van me was op de middelbare school? Vanzelfsprekend ging ik goed voorbereid en vol goede moed op pad.

De functie betreft studieadviseur en opleidingscoördinator voor de bacheloropleiding ‘farmaceutische wetenschappen’ en de masteropleiding ‘drug discovery and safety’ op de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Het lijkt me een leuke baan, omdat je veel contact met studenten hebt, veel contact met docenten, en omdat farmaceutische wetenschappen een interessante studie is met veel potentie.

Op donderdag mocht ik komen voor een tweede gesprek, blijkbaar had ik in het eerste gesprek een positieve indruk achtergelaten. Er werd flink doorgevraagd of ik wel goed besefte hoe weinig deze functie met wetenschap van doen heeft, en dat er heel veel georganiseerd moet worden door de opleidingscoördinator, wat ook veel frustraties met zich mee kan brengen. Wil ik dat wel echt?

Als klap op de vuurpijl kreeg ik maandagavond ook nog koorts vanwege de griep, en niet zo’n beetje. Misschien was het zelfs wel onverantwoord om op donderdag weer naar de VU te gaan (hoestproest), maar ja, een sollicitatiegesprek kan je toch niet afzeggen? Nu, dagen later, zit ik nog steeds met een hoofd vol watten en dat helpt niet bepaald bij het nadenken over mijn eigen toekomst.

Voor u, beste lezer, zal ik een aantal vragen opschrijven die mij gesteld werden. Ze zijn zo algemeen dat u ze als oefenmateriaal kunt gebruiken voor uw eigen sollicitatiegesprek. Oefen de antwoorden hardop!

Je bent toch een onderzoeker? Waarom wil je dan … worden?

Welke ervaring neem je mee van de afgelopen jaren die waardevol is voor deze functie?

Hoe ziet je toekomstperspectief er uit? Wat is de volgende stap?

Hoe ga je om met frustraties?

Wat voor gereedschappen heb je als het gaat om het voeren van gesprekken?

Ga je het wetenschappelijk onderzoek (niet) missen?

Als het druk is, ga je dan ‘s avonds ook nog wel even zitten om emails te beantwoorden?

Kan je ook wel “Nee” zeggen? Hoe doe je dat?

Ergens halverwege de komende week hoor ik of ik de goede antwoorden heb gegeven.

Experience

De afgelopen maanden heb ik vanuit de WW gesolliciteerd. Gebrek aan ervaring is de meest gehoorde reden om afgewezen te worden. Regelmatig heb ik emails en brieven ontvangen waarin ik bedankt werd voor mijn sollicitatie, maar waarin gemeld werd dat men een kandidaat gevonden had met meer ervaring. Heel frustrerend, want aan je ervaring kan je niets doen. Die heb je, of die heb je niet. Of ligt het ingewikkelder? En zijn er toch mogelijkheden?

experience-300x200

Vaak bel ik na zo’n afwijzing op. Meestal krijg je een aardige man of vrouw aan de lijn, die echt wel even de tijd neemt om met je te praten. En ja, meestal waren er zoveel sollicitanten dat het heel aannemelijk is dat er iemand met meer ervaring tussen zat. Soms houd je aan zo’n gesprek een aantal tips over, en dat verlicht het katerige gevoel een beetje. Maar wat volgens mij het beste is van bellen, is dat ze je toch even gesproken hebben en een beter beeld van je hebben.

Uit de verschillende gesprekken die ik de afgelopen maanden gevoerd heb, heb ik één belangrijke conclusie getrokken, die mijn acties voor de volgende maanden gaat bepalen. Je moet zichtbaar zijn. Visible. Memorable. Mensen moeten je onthouden. “O, dat is die jongen met die X.” Voor X kan je van alles invullen: Leuke grappen, mooie stem, bijzondere hobby. Die dingen hoeven niet eens werkgerelateerd te zijn, als mensen ze maar onthouden. Een recruiter gaf met het advies: Als je uitgezocht hebt wat voor baan je wil en voor wie je wil werken, dan moet je dat bedrijf op verschillende manieren (schriftelijk, telefonisch, social media, face to face) benaderen. Als je regelmatig contact met ze opneemt (Ik wil graag eens informeren naar …), dan komt er een moment waarop ze zeggen: Deze man is serieus, laten we hem eens uitnodigen voor een gesprek.

In veel vacatures staat te lezen bij het profiel: Minimaal 1 jaar ervaring in eenzelfde functie. Eerst dacht ik: Wat is nou 1 jaar ervaring? Ik heb zoveel andere ervaring, en bovendien leer ik snel, dus als ik 3 maanden ingewerkt ben, dan kan ík het ook wel. Nee, dat is niet zo. Ik was de afgelopen week weer bij een bureau voor werving en selectie voor de farmaceutische industrie, en de mevrouw waarmee ik sprak vertelde dat bedrijven meestal echt iemand willen die meteen aan de slag kan, en dat betekent dat iemand datzelfde werk al in de vingers moet hebben. Ze gaf toe dat ze het zelf ook niet helemaal begreep, maar dat ze de afgelopen 20 jaar niet anders had meegemaakt. Iemand inwerken kost tijd en geld en is geen garantie voor succes. Iemand met ervaring aannemen is snel, goedkoop en zorgt ervoor dat een lopend project geen vertraging oploopt. In de farmaceutische industrie betekent 3 maanden vertraging een strop van heel veel geld.

Het was een domper voor me, maar ze zei: Als je een baan wil hebben in Clinical Research, dan wordt dat heel moeilijk. De banen zijn er wel, en er zijn niet zoveel mensen met de passende ervaring, maar toch willen de bedrijven het risico niet nemen om een onervaren persoon aan te nemen. Het positieve van het gesprek was, dat ze me gezien heeft (visibility!) en dat ze een goed beeld heeft van de ervaring die ik wél heb. Heel grappig was dat ik als biologieleraar een paar jaar les gegeven heb op de middelbare school waar zij zelf op had gezeten. “O, dat is die jongen die les gegeven heeft op mijn school!” Farmaceutische bedrijven besteden het screenen van geschikte kandidaten graag uit aan recruiters, want recruiters hebben wel tijd om met de kandidaten te praten.

experience1

Ik weet het, het zijn de tips die je op elke sollicitatie-website vindt, maar ze zijn belangrijk:

1. Benadruk voor elke sollicitatie de ervaring die je wél hebt, uitgaande van het beschreven profiel. Zowel in je motivatiebrief als in je CV. Ik heb de afgelopen maand een online cursus Good Clinical Practice gevolgd. Dat laat in elk geval zien dat ik serieus bezig ben met Cinical Research. En het geeft me toch een voorsprong op andere kandidaten zonder werkervaring.

2. Probeer op te vallen, werk aan je visibility. Ik heb dit letterlijk genomen door een filmpje te maken om mezelf te pitchen. Ik kreeg wel de respons dat het filmpje teveel gericht was op een wetenschappelijke baan, en dat ik het niet zou moeten gebruiken voor een baan in het bedrijfsleven. Maar toch hoop ik dat het laat zien dat ik passie heb voor wat ik doe, en dat mensen dat onthouden.

On-line course GCP

Omdat ik mijn tijd in de WW nuttig wilde gebruiken, had ik me aangemeld voor een online cursus. Ik dacht: “Daar heb ik nu tijd voor.” Zo had ik me ook aangemeld voor een zangcursus, maar dat is een ander verhaal. Met deze online cursus hoop ik mijn employability te vergroten.

19-08-7

GCP staat voor Good Clinical Practice. GCP behelst een heel boekwerk aan regels waaraan artsen en farmaceutische bedrijven moeten voldoen als ze een klinische trial willen uitvoeren, dus als ze een mogelijk geneesmiddel willen uittesten op mensen. Om 2 redenen was dit nuttig: Allereerst natuurlijk om kennis te nemen van die regels, maar ten tweede ook om gewoon eens een online cursus gedaan te hebben. In deze tijd van MOOCs hoor je er niet meer bij als je niet een online cursus gedaan hebt.

Waarom GCP? Voor de kerstvakantie had ik een netwerkgesprek met een ex-wetenschapper die nu bij een farmaceutisch bedrijf werkt als CRA (Clinical Research Associate). Een CRA begeleidt klinische onderzoeken, en bezoekt in ziekenhuizen artsen die de onderzoeken uitvoeren. De artsen zijn verantwoordelijk voor de rekrutering van patiënten voor een onderzoek en voor het vastleggen van de resultaten. De sponsor (het farmaceutisch bedrijf, dat het middel wil testen) is ervoor verantwoordelijk dat het verzamelen van data netjes en zorgvuldig verloopt en dat moet de CRA in de gaten houden. Als CRA moet je dus enige biomedische kennis hebben, verstand hebben van onderzoek en van statistiek, en je moet goed kunnen organiseren en communiceren met artsen. Al die verschillende facetten spraken me wel aan, en dus dacht ik erover om te gaan solliciteren voor een baan als CRA. Maar je moet daarvoor ook een cursus GCP gevolgd hebben.

Een maand geleden was ik bij een headhunter op bezoek die vooral bemiddelde voor farmaceutische bedrijven. Veel CRAs dus, maar ook QA en QC mensen (Quality Assurance en Quality Control). Sorry, maar het is een wereld vol met afkortingen. Als je die afkortingen niet begrijpt, dan kan je niet meedoen. De headhunter zag de kansen voor mij in het bedrijfsleven niet zo zonnig in, zeker niet op het gebied van CNS (Central Nervous System), maar als ik wat consessies wilde doen en een cursus GCP, dan was er misschien toch een kans. Maar hij waarschuwde me: Ik zou veel intellectuele vrijheid moeten inleveren, mijn werktijden zouden veranderen, mijn salaris zou omlaag gaan, en ik zou moeten doen wat de baas zegt. “Je kan wel nieuwe schoenen willen, maar misschien zij die oude zo slecht nog niet,” zei hij.

Hij gaf me ook CV-advies door de ogen van de farmaceutische industrie. Zijn tips waren heel nuttig voor mij, dus ik deel ze graag. Gemiddeld heeft een headhunter ongeveer 1 minuut per CV, dus daar moet je rekening mee houden. Omdat meteen duidelijk moet zijn wat je aan te bieden hebt, moet je bovenaan je CV beginnen met 5 punten:

1. Hoogste opleiding, dat is dus gepromoveerde neurobioloog

2. Belangrijkste werkervaring, dat is dus 6 jaar postdoc-onderzoek aan het netvlies

3. Buitenlandervaring, dat is 3 jaar Houston, Texas

4. In welk werkveld heb je gewerkt, wat is je specialiteit? Dat is elektrofysiologie, maar voor een bedrijf misschien belangrijker, begeleiden van mensen en presentaties geven

5. Five strengths, niet meer, niet minder. Reliable, friendly, meticulous, analytical, exact.

Hij had me trouwens ook als eerder verteld dat ik zeker niet moest zeggen dat ik een perfectionist ben, want dat werkt alleen maar tegen je. Ik moest even wennen aan zijn directe benadering, maar hij was wel duidelijk. Bovendien had ik met de 5 bovenstaande punten bijna meteen het script klaar voor mijn elevator pitch.

Er worden her en der hele dure cursussen GCP aangeboden, die waarschijnlijk vaak door bedrijven betaald worden voor hun werknemers. De CRA, waar ik voor de kerstvakantie mee gepraat had, had zo’n cursus uit eigen zak betaald, en dat had enorm in haar voordeel gewerkt bij het solliciteren. De online cursus die ik deed kostte me 90 euro, duurde 2 weken, was al met al nog best pittig moet ik zeggen (en vanwege al die afkortingen ook best saai), maar het heeft me een mooi certificaat opgeleverd.

Nog even over die MOOCs. Dat staat voor Massive Open Online Courses. De bekendste website om op zoek te gaan naar een cursus voor jou is coursera. Alle bekende universiteiten bieden tegenwoordig cursussen aan, waar je veelal gratis aan mee kan doen. De cursussen zijn goed, maar wat ook heel leuk is, is dat je met mensen uit de hele wereld deelneemt en dus ook opdrachten samen moet doen of in elk geval met elkaar in discussie moet gaan. Het moge duidelijk zijn dat dit je horizon verbreedt.

khan-academy

Zelf ben ik de laatste tijd iets meer betrokken bij de KhanAcademy, een website die in eerste instantie scholieren wil helpen leren met online instructievideo’s en opdrachten. Ook gratis, en ook over de hele wereld. Met een groepje Nederlanders zijn we een aantal filmpjes aan het vertalen om ook een Nederlands platform te kunnen starten. Hier bijvoorbeeld een filmpje dat ik jaren geleden al vertaalde over de evolutietheorie, maar we richten ons nu in eerste instantie op rekenen. In de groep hadden we een discussie over on-line education, en zo kwamen we ook over MOOCs te spreken. Ik hoorde dat in Nederland vooral TU Delft en de Universiteit van Groningen wat dat betreft goed aan de weg timmeren.

Wat is voor een universiteit het voordeel van gratis cursussen aanbieden? Dat vroeg ik me af. Toch blijkt het hele goede reclame voor de universiteit te zijn, maar belangrijker, het blijkt dat door deze cursussen het niveau van het onderwijs aanzienlijk omhoog gaat. Doordat een online cursus altijd uit overzichtelijke modules bestaat, moeten docenten heel goed nadenken over hun leerdoelen. Niet alle docenten zijn enthousiast natuurlijk, omdat het maken van een cursus hen veel tijd kost, maar de docenten die hieraan meedoen stijgen aanzienlijk in aanzien. En zo is het goed voor de hele universiteit, want maar al te vaak worden ze beoordeeld op het niveau van hun onderzoek. Nu kunnen professoren ook uitblinken door hun onderwijs.

Na het zelf doen van een online cursus kan ik hierin meevoelen. Sterker nog, als ik op een universiteit zou gaan werken, zou ik me willen inzetten voor het gebruik van internet voor het leren. Of nog sterker, als ik niet op een universiteit ga werken, wil ik mezelf wel bekwamen in het opzetten van dit soort cursussen. Online cursussen hebben de toekomst. Het maakt leren makkelijk en leuk.

 

Video pitch

Afgelopen week heb ik een dag gefilmd op het lab, met het doel om een filmpje te maken om mezelf te presenteren. In een elevator pitch moet je in een minuut vertellen wie je bent en wat jij de ander te bieden hebt. Die pitch kan je natuurlijk ook opnemen. Maar dan moet je het wel goed doen.

brainmodel

Ik had een gesprek met een recruiter, een paar weken terug. Zij zei dat ze heel af en toe filmpjes ontvangt als mensen solliciteren. Alhoewel het in opkomst is, ben je nu nog een uitzondering, en zij vertelde dat het voordeel is dat zij de filmpjes altijd bekijkt. Je hebt dus een streepje voor boven de mensen die alleen een brief sturen. Toch vertelde ze dat sommige filmpjes ook heel amateuristisch zijn, bijvoorbeeld onscherp en bewogen met een smart phone gemaakt. Dat is misschien toch niet zulke goede reclame.

Via mijn loopbaancoach Christel Langejan, met wie ik 3 jaar geleden een serie gesprekken had gevoerd, en bij wie ik recent een workshop elevator pitch gevolgd had, kwam ik in contact met Robert Wiering, een bekende regisseur en professionele cameraman. Samen met Christel had ik een tekst samengesteld van iets minder dan een A4-tje. Dat was al ruim 2 minuten om voor te lezen, maar misschien mag een filmpje wel iets langer zijn dan een liftgesprek.

eye-model-15152Het was heel bijzonder dat ze naar het lab kwamen. En spannend! Ik had snel nog even de boel opgeruimd, was even bij professor Swaab langsgegaan om een model van de hersenen te lenen, en bij professor Kamermans om een model van het oog te lenen. Ze hadden lampen bij zich, statieven, microfoonstandaards. Mijn werkplek veranderde in een soort studio.

Eerst deden we een soort interview, waarbij Christel mij vragen stelde en ik zoveel mogelijk antwoordde met de opgeschreven teksten. Niet zo heel erg spontaan dus. “Ik ben gefascineerd door de werking van de hersenen. Als u mij ziet en hoort, hoeft u daar niet bij na te denken. Wonderlijk toch, dat onze hersenen de informatie van onze zintuigen zo razendsnel kunnen verwerken?”

En ik vertelde wat over vroeger. Dat ik voor de klas gestaan heb als biologiedocent, omdat ik het leuk vind om dingen uit te leggen en om mensen te inspireren. Dat ik een paar jaar in Texas gewoond heb met mijn gezin om onderzoek te doen aan pijnzintuigen. En dat ik nu bij het Nederlands Herseninstituut werk. “Kan je dat nog iets vrolijker zeggen?”, vroeg Robert. “Ja, en nu niet naar Christel, maar recht in de camera.”

“Mijn ideale baan bestaat uit een combinatie van onderzoek doen en uitleggen en presenteren.”

Daarna kwam eigenlijk het leukste stuk. Achter de microscoop deed ik net of ik met een experiment bezig was en er werden close-ups gemaakt van mijn handen en van mijn ogen. “Wil je het model van de hersenen eens een paar keer uit elkaar halen en weer in elkaar zetten?” En we gingen ook nog even buiten filmen, omdat ik in het filmpje ook wilde laten zien dat ik een natuurliefhebber ben. Verwondering over de natuur en fascinatie voor de hersenen sluiten wat mij betreft naadloos op elkaar aan. Toen gingen we ook nog even filmen dat ik het instituut inliep door de voordeur, en ook dat ik weer na buiten kwam, vrolijk en fief na een  enerverende werkdag.

Robert is nu aan het knippen en plakken. Gisteren heb ik hem nog wat muziek opgestuurd, die ik mooi vind. Muziek is heel belangrijk, zei hij, want muziek vertelt heel veel over wie je bent. Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Misschien helpt het bij een sollicitatie ook om een mp3-tje mee te sturen?

Websites voor biomedische vacatures

Ik ben een werkloze neurobioloog. Ik wil heel graag werken als onderzoeker in de wetenschap, zoals ik jarenlang heb gedaan, maar de afgelopen maanden heb ik me ook georiënteerd op andere loopbaanmogelijkheden. De vacatures die ik tegenkwam en waar ik met oprechte belangstelling voor gesolliciteerd heb betroffen banen als universitair docent, klinisch onderzoeker, beleidsmederwerker, HBO-docent, en verschillende banen in het bedrijfsleven, waarbij specifiek naar een neurowetenschapper gevraagd werd.

Hieronder het lijstje met websites dat ik altijd langsloop voor vacatures. Wellicht kunt u er uw voordeel mee doen. Suggesties voor andere websites zijn natuurlijk altijd van harte welkom. Aangezien ik in de buurt van Utrecht woon, wil ik alleen solliciteren op banen die minder dan anderhalf uur reizen zijn.

vacatures

www.academictransfer.com

universiteiten:

Universiteit Utrecht

Universiteit van Amsterdam

Vrije Universiteit Amsterdam

Universiteit Leiden

Radboud Universiteit Nijmegen

academische ziekenhuizen:

Academisch Medisch Centrum Amsterdam

Universitair Medisch Centrum Utrecht

Leids Universitair Medisch Centrum

VU Medisch Centrum

Radboud UMC

werken bij de overheid:

www.werkenbijdeoverheid.nl

www.werkenvoornederland.nl

NWO

CBS

RIVM

HBO-opleidingen:

Hogeschool Utrecht

Hogeschool van Amsterdam

Hogeschool Rotterdam

De Haagse Hogeschool

Hogeschool Leiden

Hogeschool InHolland

farmaceutische industrie:

http://www.pharmiweb.com/careers

http://www.farmasel.nl/

http://www.quintiles.com/careers/netherlands

http://www.smelt.nl/